Pseudogranen

Het alternatief voor graan

 

Naast de verschillende soorten oergranen zoals emmertarwe, eenkoorn, oerspelt en co bestaan er ook zogenaamde pseudogranen. Botanisch gezien behoren granen tot de grassenfamilie, die geteeld worden omwille van hun eetbare bestanddelen - de korrels. Pseudogranen daarentegen zijn eenjarige planten waarvan de zaden geheel of gemalen kunnen worden gebruikt in bakkerswaren. Ze behoren echter niet tot de familie van de graanplanten en bevatten bijvoorbeeld geen gluten. Daarom kan er geen brood mee worden gebakken. 

Toch hebben pseudogranen zoals amarant, quinoa en boekweit pluspunten op het gebied van smaak en gezondheid, waardoor ze geliefd zijn in de keuken. Ook het gebrek aan gluten heeft voordelen. Zo zijn gerechten met pseudogranen meestal goed voor mensen die lijden aan coeliakie (glutenintolerantie). 

•    behoort tot de amarantenfamilie

 

 

 

•    de naam is afgeleid van het Griekse “Amaranthus” en betekent “onsterfelijk” of “niet-verwelkend”

 

 

 

•    een van de oudste teeltgewassen van de mensheid, met meer dan 60 soorten

 

 

 

•    de Inca’s en Azteken vereerden de plant, die volgens hun overtuiging de levenskrachten van ouderen en zieken terug helpt op te bouwen

 

 

 

•    hoog gehalte aan eiwitten en mineralen, calcium, magnesium, ijzer, zink en onverzadigde vetzuren 

 

 

 

•    wordt gekookt als bijgerecht geserveerd of gemalen verwerkt in cakedeeg, mueslirepen of broodmixen

•    behoort tot de duizendknoopfamilie (verwant aan rabarber en veldzuring)

 

•    oorspronkelijk uit Midden-Azië

 

•    belangrijkste teeltgebieden vandaag zijn China, Rusland en Oekraïne maar wordt ook verbouwd in Duitsland, in de Lüneburger Heide en de Eifel

 

•    de bruine, driehoekige vruchten lijken sterk op beukenootjes

 

•    groeit ook in eerder onvruchtbare heide- en veengebieden

 

•    bevat beduidend meer lysine en tryptofaan – levensbelangrijke bouwstenen van eiwitten – dan granen

•    behoort tot de ganzenvoetfamilie

 

•    vindt zijn oorsprong zo’n 6.000 jaar geleden in Zuid-Amerika 

 

•    de belangrijkste teeltgebieden bevinden zich in de Andes, op meer dan 4.000 meter hoogte – gebieden waarin granen als tarwe of rogge helemaal niet groeien

 

•    in Europa bekend sinds de 20e eeuw

 

•    de zaden kunnen worden gebruikt in soepen, ovenschotels of als bijgerecht bij vleesgerechten 

 

•    hoog gehalte aan magnesium, ijzer, mineralen, spoorelementen en hoogwaardige plantaardige eiwitten